Tekst opening Sigrid Calon ‘VLAG’

15/7/2015

In het kader van DO IT WITH OTHERS – een tweejarig project van INCUBATE met steun van het Mondriaanfonds – staan wij hier met zijn allen naar een tijdelijke vlaggenparade te kijken. Een presentatie die bedoeld is als aftrap van een kunstproject dat zich, later, zal afspelen in de publieke ruimte, langs de zestig kilometer lange, grillige grenzen van de stad Tilburg. U hebt, kortom, straks drie weken de tijd om te voet of per fiets of anderszins de rafelranden van deze stad af te struinen, waarbij de hier getoonde veertig vlaggen uw leidraad zullen zijn. Een avontuur, een onderzoek naar het fenomeen GRENS en – wie weet – wellicht uw eigen grenzen. Bovendien wil ik u graag wijzen op de bijzondere plek waar wij nu staan: het voormalige Van-Gend-en-Loos-emplacement dat bij hun vertrek voor een vriendenprijs naar de gemeente Tilburg is gegaan. Het is om diverse redenen interessant dit ‘halve gegeven paard nu juist wel in de bek te kijken,’ vanwege de voorwaarden die hieraan zijn verbonden. De gemeente mag het terrein niet verkopen aan projectontwikkelaars of private, commerciële partijen voor een zoveelste Shopping Mall, Outlet- of Bowling centre… Het halve paard bestaat uit de vrijheid van de lege ruimte, een Niemandsland dat van Iedereen is. Een stuk vrijheid dat past bij een grote stad die groots wil (kunnen) zijn. Zo’n plek in de openbare ruimte is ongelooflijk waardevol en ik zou tegen de gemeente willen zeggen: koester die waarde en laat dit alsjeblieft niet alleen maar voorlopig zijn! Laat deze feestelijke vlaggenparade van beeldend kunstenaar SIGRID CALON vanmiddag het begin zijn van een waarachtige culturele ontginning, minstens zes spaden diep en hemelhoog als het even kan…: do it for others!

EEN VLAG

Een eenvoudige, rechthoekige lap textiel, in diverse afmetingen verkrijgbaar, meestal breder dan hoog en in banen van verschillende, vaak drie kleuren ingedeeld – officieel dundoek genoemd. Opgevouwen op de plank, in een doos of plastic verpakking lijkt het een doodgewone theedoek, kussensloop of overtrek: het zegt weinig tot niets – op het wasvoorschrift na. Wanneer diezelfde lap, opgehangen aan een vlaggenmast of stok, echter in de wind wappert of gestreken slap naar beneden hangt, zegt het opeens heel veel, zo niet alles! Een vlag is een drager met lading die ver boven de kostprijs of het soortelijke gewicht uitgaat; de zwaarte ervan wordt bepaald door de status die deze lap textiel vertegenwoordigt.

Amerikanen springen bij hun Stars & Stripes in de houding, grijpen naar hun hart, pinken een traantje weg; de borst van vele Engelsen zwelt bij het zien van hun Union Jack: rule Brittania… Wij, nuchtere Nederlanders houden het droog en zullen pas (gepaste) emotie tonen wanneer we ver weg in het buitenland onverwacht met de Nederlandse driekleur worden geconfronteerd: opeens voel je je Nederlander, een beetje thuis… Uit ons dak gaan we pas schaamteloos bij grote, internationale sportevenementen – bij voetbal en schaatsen op E.K.’s, W.K.’s en Olympische Spelen! We verven ons gezicht in de Nederlandse driekleur, zetten een oranje pruik op, of (erger nog) trekken een leeuwen-house-pak aan. Hele straten worden aan het gezicht onttrokken door vlaggen, wimpels, vaantjes en oranje kratten bier: wij laten de Nederlandse leeuw niet in zijn hemdje staan (ook al staan we in ons oranje hemd te kijk!). Hetzelfde geldt overigens voor de kleuren en parafernalia van onze (eigen) plaatselijke sportclub, vereniging, dorp, stad, streek of provincie. Wij vieren uitbundig met vlag en wimpel en rouwen gezamenlijk en publiekelijk, opmerkelijk ingetogen bij nationale rampen, zoals die met vlucht MH-17. Op vliegveld Welschap bij Eindhoven speelde zich een jaar geleden een strenge balletchoreografie af met strakke vlaggenmasten, zwarte rouwlimousines met zwarte vaantjes, rijen in het zwart geklede mensen, alles in gelid en in doodse stilte. Recentelijk hebben we via de media getuigen mogen/moeten zijn van hoogoplopende emoties en politieke debatten over het afschaffen van de Confederatievlag naar aanleiding van de moord op negen Afro-Amerikanen in een kerk in Charleston, South-Carolina op 17 juni jongstleden. Voorstanders van de afschaffing hebben deze vlag publiekelijk verbrand en vertrapt, tegenstanders spraken van vlagschennis, schande en landverraad… Waar hebben we het hier nu eigenlijk over? Een meer dan 150 jaar oude vlag van de Zuidelijke staten tijdens de Amerikaanse burgeroorlog: een rode lap met een blauw, diagonaal andreaskruis, waarin 13 witte sterren staan. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk (we hebben het hier immers over het kruis van apostel Andreas) dat zo’n lap kan staan voor een dergelijke bandbreedte aan emoties van racisme, slavernij, vernedering, onderdrukking, trots, triomf en angst tot diepgewortelde haat? Een vlag stelt zelden iets voor uit de waarneembare werkelijkheid, het is een gematerialiseerde abstractie waarin kleur, in een geometrische ordening, een hoofdrol vervult. Het is ONZE interpretatie die de vertaalslag van ‘lap-met-kleuren’ naar ‘symboolmet-boodschap’ maakt. Dat we daarbij een eeuwenoude bagage aan tradities meeslepen, ontgaat de meeste van ons volledig.

Wat is er aan de hand met die drie abstracte banen van de Nederlandse vlag die ook voor Sigrid Calon uitgangspunt zijn geweest voor haar vlaggen-/grensconcept? Laten we maar meteen chauvinistisch beginnen: de Nederlandse driekleur is de oudste vlag ter wereld (1572), zoals ook het Wilhelmus het oudste volkslied is (december 1571). Daarbij dient aangetekend dat vlaggen op zichzelf uiteraard ouder zijn, dat wij in die tijd nog geen onafhankelijke, nationale staat waren, maar in opstand tegen de Spaanse overheersers. Dat we de melodie van ons volkslied hebben gejat van een Frans Hugenotenlied uit 1568 en dat dit pas in 1932 ons officiële volkslied is geworden. Fact check: de oudste nationale vlag is die van het koninkrijk Denemarken (1536): een rood veld met een wit Latijns kruis. Een en ander laat onverlet dat juist die Nederlandse driekleur – rood-wit-blauw – een voorbeeld is geweest voor de meeste andere, latere vlaggen van nationale staten. Een grote rol daarbij speelt het feit dat onze ‘Prinsenvlag’ een ‘Vrijheidsvlag’ was van een groepje kikkerprovincies die in opstand is gekomen tegen het machtige wereldrijk Spanje. De vlag van Rusland is dankzij de bewondering van Tsaar Peter de Grote voor de Hollandse Republiek in horizontale banen wit, blauw en rood. De Amerikaanse Stars & Stripes van na de Amerikaanse Revolutie (1783-1789) is qua kleurkeuze bewust op de Nederlandse driekleur gebaseerd. De Franse tricolore – in verticale banen van blauw-wit-rood – uit 1794 is een revolutionaire vlag en direct geïnspireerd op die van de Nederlandse Republiek, en qua kleurkeuze op die van de Verenigde Staten en hun vrijheidsoorlog. Ja, en zelfs die nu subversieve Confederatievlag heeft dezelfde rood-wit-blauwe kleuren.

Kleuren laat ik echter vandaag met liefde over aan Sigrid Calon waar ze in kundige handen zijn, overtuig uzelf!

Vlaggen zijn waarschijnlijk zo oud als dat er textiel geweven is en worden gebruikt als afbakening, signaal, symbool, plaatsbepaling en identificatieteken. We weten er weinig van en vanwege de vergankelijkheid van het materiaal is er niks van over. Vrijwel alle bronnen in de vexillologie (vlaggenkunde) verwijzen naar de Middeleeuwen, vooral in verband met de heraldiek, maar dat is natuurlijk onzin. Vanaf de ontdekking van het schrift en de ontwikkeling van de Eerste Stadsbeschavingen (tussen 5- en 3.000 vóór de jaartelling) is er in de groeiende hoeveelheid teksten onder meer sprake van “het hijsen van signalen,” maar hoe en wat precies is onduidelijk. Ten tijde van de Romeinen weten we zeker dat er vlaggen zijn gebruikt voor het doorgeven van signalen: een soort visuele tamtam, voorloper van de semafoor en later de telegrafie. In militair opzicht – bij veldslagen, legerverplaatsingen en manoeuvres – hebben de Romeinen regimentskleuren, banieren, vlaggen en vaandels gebruikt om orde te scheppen en ervoor te zorgen dat voetvolk/soldaten hun kleur en daarmee hun plaats weten én vinden. In de oorlogen tegen de oprukkende barbaren (dat waren wij dus in de rest van Europa) moeten we dit functionele gebruik van gekleurde vlaggen hebben afgekeken en in de vroege Middeleeuwen, na 500, overgenomen. Bij het complexer worden van veldslagen of veroveringen over grote afstand – zoals bijvoorbeeld tijdens de kruistochten over land en kruisvaarten over zee (tussen 1095 en 1271) – worden vlaggen alsmaar meer als identificatiemiddel gebruikt. Legerleiders gaan vlaggen met eigen symbolen gebruiken – standaards genoemd – waarbij ze naast hun eigen kleuren hun heldenmoed, waakzaamheid, tactisch inzicht of sluwheid vertalen in afbeeldingen van leeuwen, adelaars, slangen of fabeldieren. Wat op de vlag staat komt ook op zijn wapenmantel, de sjabrak van zijn paard, zijn wapenschild en het tentzeil van zijn legerkampement. In afgeleide vorm, meestal verkleind of vereenvoudigd, verschijnen dergelijke symbolen ook op de kleding van zijn ondergeschikten. In dit feodale, hiërarchische en ridderlijke tijdperk bij uitstek wordt zo’n symbool erfelijk en ontwikkelt zich een hoogst complexe beeldtaal: HERALDIEK. Zo krijgen herauten, naast hun dagelijkse werkzaamheden, de taak om al deze wapenschilden bij te houden, op te tekenen en te ontcijferen. Stel: je zit in jouw kasteel met gasten relaxt aan de dis en vanuit de toren wordt vreemd, onbekend volk gemeld: moet de ophaalbrug open of gesloten blijven? De jonge heraut met scherpe ogen moet uitkomst bieden: vriend of vijand? In zijn wapenboekje staat alles in zwart-wit, keurig opgetekend met voor elke kleur een grafisch patroon van streepjes, kruisjes, stippeltjes en arceringen – kleur is immers kostbaar en bewerkelijk en hij is toch zeker geen monnik die eindeloos Bijbelteksten illumineert? Leven of dood, oorlog of vrede hangt van zijn kennis af! Bij de ineenstorting van dit feodale stelsel wordt het ridderdom tot sport en houden we kermisachtige toernooien met dito uitrusting en aankleding voor de bühne over – ik zal maar zeggen zoiets als een voetbalwedstrijd van Ajax tegen PSV of Willem II. Wanneer al die verschillende Europese hertogdommetjes, graafschapjes en heerlijkheden uiteindelijk – via oorlogen, veroveringen en huwelijken – gebundeld raken in grotere, gelieerde eenheden en nationale staten – (in de loop van de 15e – en 16e eeuw) – worden vanuit die heraldische symbolen, afgeleide, vereenvoudigde en gestileerde, nationale vlaggen ontwikkeld. De symbolen uit de fauna verdwijnen en er wordt gekozen voor abstracte kleurvlakken en geometrische indelingen, terwijl die historische bagage aan kleurensymboliek wordt meegenomen. Elk jaar – op de zaterdag vóór of na 10 juni – vindt ter gelegenheid van de verjaardag van de regerende monarch van het Verenigd Koninkrijk, een jaarlijks terugkerende ceremonie plaats: “TROOPING THE COLOUR.” Een ceremonie waarin diverse militaire gardes een eerbetoon brengen aan de Engelse koning/koningin door middel van vlagvertoon in een defilé. Trooping wil zoveel zeggen als paraderen met het vaandel, dat op haar beurt voor colour staat. Een jaarlijks, karakteristiek Engels gebeuren waar miljoenen mensen, dankzij de BBC naar kijken en dat teruggaat tot de 17e eeuw, maar natuurlijk eindeloos veel ouder is. Vaandeldragers marcheren tergend langzaam over het slagveld (de binnenplaats van Horse Guards Roads in Londen), opdat de soldaten hun kleur en plaats kunnen vinden. Een geometrische, strakke choreografie waarin kleur, verplaatsing en beweging een hoofdrol spelen.

Sigrid houdt van grenzen, de begrenzing van een opdrachtstelling (in tijd en budget), de hoeveelheid voorradige kleuren, de vastgestelde maatvoering, de mogelijke variaties met veertig kleuren, de kadastrale grenzen van een stad, de hoeveelheid aanwezige vlaggenmasten en –stokken, zowel als de plaatsen ervan. Maar ook het regelen van toestemming, het overtuigen van grensbewoners mee te doen en zo’n vlag daadwerkelijk te hijsen. Beperking schept de vrijheid om het toeval toe te laten en creatieve oplossingen te genereren: in de begrenzing toont zich de meester. Heel haar oeuvre is er van A tot Z mee doordesemd.

Pak die fiets en ga dat met eigen ogen zien en met al uw zintuigen beleven!

© Mireille Houtzager (Eindhoven: Draft for Arts, 14 juli 2015).

Download hier deze tekst in PDF.

Comments are closed.