Interview Martijn Hendriks door Max Majorana

Max Majorana is voormalig medewerker van Incubate. Voor Do It With Others spreekt hij met de betrokken kunstenaars over hun werk en – waar hij de kans ziet – over hun privéleven.

Goedemiddag, Martijn. Het is sinds gisteren lente. In sportverslaggeverstermen: wat doet dat met je?
Ik wil de studio uit en buiten gaan werken.

Je woont in Amsterdam, maar bent geboren in Eindhoven en exposeerde over nagenoeg de hele wereld. Je opleiding aan de kunstacademie genoot je begin jaren ’90 hier in Tilburg. Wat was dat voor tijd? Hoe heeft deze stad je gevormd? 
Goede vraag. Om eerlijk te zijn denk ik dat Tilburg me niet heel hard heeft gevormd. Ik heb er nooit gewoond. Als je op de academie zit ga je natuurlijk veel om met anderen op de academie en leef je op een soort eiland. Pas later kom je van dat eiland af en dan wordt het interessant. Maar toen was ik al weer weg uit Tilburg.
Ik heb na de academie in Tilburg ook aan de Universiteit Maastricht gestudeerd, ben daar op Visuele Cultuur afgestudeerd, en daarna ben ik vrij snel naar Brussel verhuisd. Het was heel goed voor me om daar een aantal jaren te wonen. Dat heeft me meer gevormd dan mijn studietijd en ik heb me in die tijd als kunstenaar kunnen ontwikkelen. Toen ik in 2008 terug naar Nederland kwam was ik al een eind op weg en had ik in het buitenland al tentoonstellingen, voordat ik in Nederland de eerste verzoeken kreeg om aan goede tentoonstellingen deel te nemen. Ik heb dus een voor Nederland a-typisch traject afgelegd, wat uiteindelijk heel goed voor me bleek te werken.

Je werken zijn meestal ongetiteld, maar sommigen krijgen opmerkelijke, tot de verbeelding sprekende namen mee. Ik wil er enkele uitlichten. Kun je verklaren hoe je op een titel als ’10 animals that could change the face of capitalism’, ‘My other sculpture is a bar’, of ‘You have seven events coming up today’ komt? Mag ik ze interpreteren als kritische noten op social media-gebruik? 
’10 animals that could change the face of capitalism’ en ‘You have seven events coming up today’ zijn inderdaad directe quotes van social media content. ’10 animals that could change the face of capitalism’ is een combinatie van twee clickbait berichten die voorbijkwamen op sociale media. Dat zijn berichten die weinig met inhoud te maken hebben en als enige doel hebben om het aantal bezoekers van bepaalde websites te verhogen zodat de advertentie-inkomsten stijgen, denk bijvoorbeeld aan sites als Buzzfeed en Upworthy. Meestal bestaat clickbait uit een sensationeel of onwaarschijnlijk bericht gecombineerd met een beeld wat uit de context valt of wat je maar half ziet, waardoor je aandacht getrokken wordt en je meer wilt weten.
Het interesseerde me hoe die clickbait een soort belichaming was van de manier waarop het internet inspeelt op de aandachtseconomie, waar kunstwerken natuurlijk ook mee te maken hebben. ‘You have seven events coming up today’ komt van Facebook. Het is een verwijzing naar hoe alles, inclusief dingen die naar niet voor gemaakt zijn, als een event wordt gezien. ‘My other sculpture is a bar’ is een inside joke die verwijst naar een tekst van John Kelsey, en speelt met het idee dat een autonoom werk ook een uitgesproken functie zou kunnen hebben. Zoals een bar.

 

Martijn-Hendriks-Art-Cologne-2015-3
’10 animals that could change the face of capitalism’

 

Een kip-ei vraag: zijn de titels er eerder dan de werken?
Het is zoals je zegt een kip-en-eiprobleem. Meestal is het een soort tandem beweging waarin duidelijk wordt wat het moet zijn. Vaak kom ik ook terug op titels en verander ik ze na een tijd als ik het nodig vind.

Ik heb een aantal werken van je gezien als onderdeel van de tentoonstelling ‘Mise en Séance‘ (nog te zien tot 16 mei 2016 in De Hallen, Haarlem). Die handelt over ‘een nieuw soort autonomie voor hedendaagse kunstobjecten onder invloed van het digitale.’ Jouw werk leek mij op het eerste gezicht inderdaad tamelijk autonoom, als in: zelfreferentieel, maar tegelijkertijd ook opvallend analoog. Zeg ik dat goed?
Autonomie is inderdaad wel belangrijk voor me. Maar in mijn werk staat autonomie niet gelijk aan zelfreferentialiteit. Zelfreferentieel klinkt als iets dat zich alleen tot zijn eigen logica verhoudt. Juist een autonoom werk stelt de vraag hoe het zich verhoudt tot de rest van de wereld omdat het je eigenlijk daartoe dwingt. Het geeft niet meteen antwoorden en dat is goed. Daardoor ga je zelf andere dingen erbij betrekken. Het leven zou saai zijn als we allemaal altijd precies wisten waar we stonden en hoe we ons tot de wereld verhouden. Ik denk dat veel kunst op dit moment dat veel te veel doet; je ziet overal werk dat smeekt om begrepen te worden, werk dat al compleet met een uitgedachte interpretatie komt van waar het over gaat. Dat soort kunst interesseert me meestal weinig. Autonome werken verwijzen voor mijn gevoel voortdurend naar de wereld buiten zichzelf, maar op een open manier waarbij de interpretatie of leesbaarheid niet vooraf ingevuld en zekergesteld zijn.

Over dat analoge; ik weet het niet. Als je met analoog bedoelt dat het werk uitgesproken materieel is dan zeg je dat inderdaad goed. Materialiteit interesseert me. Niet alleen de materialiteit van sculptuur maar ook het idee van materiële arbeid. Nu dat onze ideeën over werk en productiviteit bijna volledig door het digitale zijn overgenomen en een dag werk voor veel mensen plaatsvindt achter een beeldscherm is materiële arbeid iets vreemds geworden. Het ligt niet meer voor de hand en is complexer dan het meeste dagelijks werk. Maar voor mij is het eindeloos veel krachtiger om het resultaat van een fysieke handeling te zien dan van een digitale handeling. Daar is al genoeg van, en vaak voelt het heel homogeen.
Die simpele keuze om zelf iets te maken, met fysieke materialen, tools en handelingen, is onder invloed van het digitale vreemd genoeg een radicale keuze geworden die je bijna moet uitleggen en verdedigen, en dat interesseert me. Dat is iets wat ik altijd hoop te zien in kunst; dat het zich met een positie identificeert die ter discussie staat, die niet per se populair of verstandig is of aansluit bij maatschappelijke trends.

 

untitled(corporateentity)
Untitled (Corporate Entity), 2016

 

Je omschrijft je werken als sculpturen. Is esthetiek eigenlijk belangrijk voor jou? Waarin ligt de schoonheid van jouw kunst?
Sculptuur heeft voor voor mij niet noodzakelijk met esthetiek of schoonheid te maken. Of er schoonheid in het werk zit, dat is altijd lastig te zeggen. Ik ken mijn eigen werk misschien te goed om het op die manier te zien. Ik ben in mijn werk ook niet op zoek naar een bepaalde vorm, het komt meer voort uit een houding, een manier van werken.

Ik vraag dat omdat ik zelf eerder denk aan assemblages. Behoorlijk angstaanjagende, maar toch onmiskenbaar menselijke assemblages. Is iemand als Jean Tinguely een voorbeeld voor je?
Interessant dat je opmerkt dat je de werken angstaanjagend vindt. Meestal vinden mensen het gemakkelijker om iets te zeggen over het materiaal of het onderwerp van een werk, maar voor mij is precies dat angstaanjagende aspect ook belangrijk. De werken hebben een soort autonomie en krijgen vorm op een manier die niet te voorspellen is. En soms lijken ze daardoor een eigen leven te hebben.
Wat betreft assemblage en sculptuur: assemblage is voor mij een van de vele manieren om tot een sculptuur te komen. Het speelt een rol maar is niet leidend of zo. Tinguely? Geen voorbeeld geweest.
Om nog even terug te komen op dat idee van assemblages, het is goed om te horen dat je ze als onmiskenbaar menselijk ziet. Ik denk dat dit aspect in ‘Sculpture Falls in a Forest’ ook belangrijk gaat zijn. Ik ben op dit moment bezig met de voorbereidingen van het project en de werken die nu ontstaan lijken bijna gemaakt door een fictieve figuur. Ik ben ze aan het maken, maar ze zien eruit alsof ik ze heb gevonden en alsof ze zijn gemaakt door iemand die zich ergens ver in de bossen heeft afgezonderd. Ik denk dat dit hele project zal gaan over de radicaliteit van de keuze om je te onttrekken aan de aandachtseconomie. Maar tegelijkertijd gaan er beelden van het project via internet verspreid worden, hoewel misschien niet duidelijk wordt waar de beelden precies naar verwijzen. Misschien zegt dit iets over mijn huidige gevoel over de kunstwereld. Ik lach terwijl ik dit zeg, maar er zit een kern van waarheid in. Ik raak zo verveeld door al die kunst die wanhopig probeert aandacht te krijgen dat ik steeds meer geïnteresseerd raak in de mogelijkheden om werk te maken dat zich van die dwangmatige afhankelijkheid afkeert. Ik denk dat ik een soort vrijwillige outsider word met dit project.

 

untitled(relational)
Untitled (Relational), 2016

 

Do It With Others. De naam zegt het al. Wie is jouw belangrijkste partner in crime tijdens dit project? 
Het publiek. Verder heeft het hele project een sterke Do It Yourself-dimensie. Ik wil denk ik met dit project een soort dubbele beweging maken: aan de ene kant probeer ik me in te beelden hoe het is om je terug te trekken uit de zichtbaarheid, weg van media aandacht. Ik ga werk laten zien op plaatsen waar misschien niemand komt. Ik wil werk gaan maken in de bossen en in de kelders van De NWE Vorst. Aan de andere kant deel ik dat proces met anderen door die terugtrekkende beweging publiek te maken op verschillende manieren.
Ik denk dat een belangrijke verandering van onze tijd is dat we ons leven toenemend als een soort publieke ervaring zijn gaan begrijpen door fenomenen als Facebook, Instagram, AirBnB. We delen ons dagelijks leven op sociale media en we zien transparantie en het delen van ons sociale netwerk, dagelijkse gewoontes, huizen, enzovoort als vooruitgang. In het project speelt de vraag hoever dat idee reikt. Is er een grens aan? Kun je je ook publiekelijk aan het publieke onttrekken? Dat soort paradoxen vind ik interessant. Die anonieme andere waaruit het publiek bestaat is misschien ook een soort garantie dat ik niet echt verdwijn maar ook terug kom met werk en dat werk op verschillende manieren publiek maak.

“If a tree falls in a forest and no one is around to hear it, does it make a sound?” Deze filosofische kwestie ligt ten grondslag aan het aanstaande project van DIWO. Hoe zou jij de vraag beantwoorden?
Ja. Of misschien kan ik het nog radicaler stellen: juist dan. De werkelijkheid van dingen is misschien wel werkelijker wanneer er geen publiek aanwezig is dat ook geluid maakt, vragen stelt, commentaar levert, laat weten wat het leuk vindt. Eigenlijk is dit ook nu weer een relevante filosofische discussie in bijvoorbeeld de Object Oriented Ontology van mensen als Graham Harman, die wil afrekenen met het idee dat onze waarneming van dingen volledig recht kan doen aan het bestaan van die dingen. Hij beargumenteert in boeken als The Quadruple Object juist het bestaan van de wereld onafhankelijk van onze waarneming. Ik wil daar wel in meegaan.

Wat mij interesseert is hoe de notie van autonome kunst langzaam lijkt te zijn verschoven. Was het halverwege de twintigste eeuw een doorbraak dat ‘de auteur dood is’ ten gunste van de lezer, tegenwoordig wordt die lezer impliciet weggezet als een soort overbodig, oppervlakkig interpretatie-orgaan, wier observaties langzaam van de kunstwerken afglijden. Hoe zie jij dit? Zijn we weer terug bij af door het kunstwerk volgens de modernistische conventies centraal te stellen?
Ik heb juist het tegenovergestelde gevoel, namelijk dat de kijker machtiger is dan ooit, terwijl kunstwerken worden geacht tegemoet te komen aan de kijker. Als er een heropleving van het autonome kunstwerk is, komt dat volgens mij ook daardoor, als een soort tegenreactie. Wanneer alles lijkt te gaan draaien om likes and followers, events en publieke aandacht, wordt het tijd om ons af te vragen wat de waarde is van dingen die zich niet zo goed daarvoor lenen, dingen die een eigenheid hebben die niet voortkomt uit een vraag van de markt of het publiek, maar van iets wezenlijkers.

Wat is je favoriete bereidingswijze van artisjokken? Kijkend naar je werk krijg ik de indruk dat je er dol op bent.
Grilled.

grilled

Comments are closed.